Opruimen en verzamelen

verzamelen tot in het extreme

Geschreven door Thea Moen.

Ik geniet van de BBC-documentaires, waarin dwangmatige opruimers (obsessive, compulsive cleaners) gekoppeld worden aan notoire rommelmakers en –verzamelaars (hoarders).
Een interessante combinatie, waar beide partijen wat van leren. Helaas loopt het niet altijd even goed af, buiten de cameraploeg is er verder geen zichtbare professionele begeleiding.

Zelf houd ik van schoon en opgeruimd en af en toe reorganiseer ik alle kasten, waarbij er altijd wel weer wat keukengerei, kleding of boeken weg kan naar kringloop of een of ander goed doel.
Geen dwangmatige opruimer, maar misschien toch wat boven het gemiddelde.
Toch heb ik altijd een zwak gehad voor hoarders, mensen die hun hele huis volstouwen met (in mijn ogen) troep.

Verzamelen
Voor de oermens was verzamelen een strategie om te overleven en – ook al hebben we deze strategie niet meer nodig – blijkbaar is deze drang om te verzamelen door de eeuwen heen niet helemaal uitgestorven. Mensen met verzamelwoede voelen deze drang heel sterk, een behoefte waar ze niet aan kunnen ontkomen.
Verzamelwoede of –zucht wordt tegenwoordig gezien als een psychiatrische aandoening en is zeer moeilijk te behandelen.

Ook mijn eigen oma had er aanleg voor: een paar keer per jaar nam daarom een van haar kinderen of kleinkinderen haar huisje onder handen om de stapels oude kranten, van de buurvrouw afgebedeld serviesgoed, kleding en kleden van onduidelijke oorsprong, en van het grofvuil ‘geredde’ rommel te laten verdwijnen. Gelukkig woonde ze klein: na een dag sjouwen en poetsen was het huisje weer bewoonbaar. Dan kon ze haar keuken en berging weer in, kon weer koken en liep niet meer het risico haar nek of benen te breken over de stapels rommel in gang en slaapkamer.
Mijn oma liet het toe, dat we haar boel weer op orde brachten. Tot aan haar pensioen was ze schoonmaakster en als er iemand verstand had van poetsen en opruimen, dan was zij dat wel. Juist daarom had ze er geen meer zin in om dat thuis ook nog eens te doen. En al die spullen gaven haar een prettig, veilig gevoel.

Elke verzamelaar heeft zijn/haar eigen verhaal over het hoe en waarom van het verzamelen. Vaak is het (over)compensatie voor het gemis van iets anders, maar ook een ingrijpende gebeurtenis in iemands leven kan de oorzaak zijn. Verzamelwoede kan een op zichzelf staande psychiatrische aandoening zijn, maar ook onderdeel of gevolg andere aandoeningen, zoals bijvoorbeeld dementie of een andere psychiatrische aandoening (bekend is bv het Diogenes-syndroom).

En lang niet bij iedereen loopt het leven volledig uit de rails: er zijn duizenden ‘stille’ verzamelaars, die zich goed staande kunnen houden in de maatschappij. Maar als de verzamelwoede uit de hand loopt, gaat dit vaak hand in hand met vereenzaming, vervuiling en sociaal isolement.

In ons land zien we iemand met verzamelzucht vaak nog als een curiositeit, waar we een leuk tv-programma over kunnen maken. In Amerika wordt inmiddels onderkend dat het een serieus probleem is en dat het probleem ook niet zomaar op te lossen is: de verzamelaar zelf ziet vaak helemaal niet in, dat hij/zij een soort stoornis heeft. Integendeel: op den duur stemt de verzamelaar zijn hele leven af op het verzamelen waardoor het lijkt, alsof men het druk heeft.
Hulp nodig
Het moeilijke is dat iemand met verzamelwoede zelf niet inziet dat hij of zij ‘ziek’ is. Dus zelf zal een extreme verzamelaar niet snel hulp inroepen. En de verzamelaar kan erg boos worden wanneer geopperd wordt om op te gaan ruimen. Deze persoon is extreem gehecht aan al zijn spullen!
Het weghalen van deze rommel heeft als gevolg dat hij/ zij zich niet meer thuis voelt in de woning en nog meer in een isolement raakt. En zonder goede, professionele begeleiding zal de verzamelaar gewoon opnieuw beginnen met rommel verzamelen. Hulp werkt alleen wanneer de verzamelaar echt gaat inzien dat de situatie niet bevorderend voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid is.

Hier een mooi filmpje met voorbeeld extreme verzamelwoede (hoarding)

Opruimen
Ooit stond Nederland bekend als land, waar iedereen superschoon en netjes was: iedereen sopte elke week het hele huis, boende de stoep, zeemde de ramen en overal wapperde de was. Bezoekers uit het buitenland vergaapten zich altijd aan onze schone straten, aangeharkte tuinen en blinkende kamers. Zo extreem zijn we niet meer: we laten zwerfvuil en vuile trappen over aan daarvoor aangestelde schoonmakers, de keuken soppen kan best een paar dagen wachten en de was droogt grotendeels in de droogtrommel.

Toch zien we opruimen en schoonmaken nog altijd als iets ‘goeds’. We associëren opruimwoede vooral met de vrouwelijke hormoonhuishouding die ons opjaagt: de voorjaarsschoonmaak, de laatste dagen vóór de bevalling, de overgang. Kortom: iets tijdelijks en nog nuttig ook. En er zijn heel wat boeken geschreven over de voordelen van een opgeruimd huis, dat dan meteen garant zou staan voor een opgeruimd leven.

Maar voor heel wat mannen en vrouwen gaat dwangmatig opruimen veel verder dan een incidentele aanval van opruimwoede. Zij besteden vaak elke dag uren aan extreem opruimen, poetsen en boenen, ramen zemen, bed stofzuigen, jagen elke week liters bleekwater door het sanitair etc. en maken zich desondanks nog zorgen of het wel schoon genoeg is.

Opruimwoede an sich heeft het nog niet tot psychiatrische stoornis geschopt, maar als deze ontaardt in een soort dwanggedrag, kan iemand er wel voor behandeld worden. Dan heet het een obsessief-compulsieve stoornis. Die naam is een vergaarbak van uiteenlopende aandoeningen die gekenmerkt worden door dwangmatige handelingen waar men niet mee kan stoppen.

Het is tijd om – in navolging van Amerika en Engeland – extreem opruimen ook te zien en tegemoet te treden als een echte stoornis. Ook eventuele huisgenoten en gezinsleden lijden onder iemands opruimwoede. Zoals bij veel stoornissen gaat het ook hierbij vaak van kwaad tot erger: schoonmaken en opruimen neemt steeds meer tijd in beslag en de angst dat bezoekers iets ‘vies’ maken in huis zorgt ervoor, dat men liever geen bezoek wil ontvangen. Want dat zorgt achteraf weer voor extra werk.
Zo kan een ‘extreme opruimer’ net zo goed als een ‘extreme verzamelaar’ in een sociaal isolement raken.
Tot slot
Opruimen en verzamelen. We doen het allemaal. En zolang we er niet in doorslaan, is er niets op tegen. Maar als we erdoor ‘geleefd worden’, onszelf en onze relaties verwaarlozen en het ons levensdoel wordt, dan is er meer aan de hand. Dan wordt het tijd om er iets aan te doen.

Misschien heeft het toch wel wat, dwangmatige opruimers en verzamelaars aan elkaar koppelen. Het experiment in Engeland verdient zeker navolging in ons land. Maar dan wel onder professionele begeleiding, want voor een succesvolle behandeling van deze aandoeningen zijn zowel praktische ondersteuning als therapeutische en medische begeleiding nodig.
Belangrijke voorwaarde is dan wel, dat de verzamelaar en opruimer openstaan voor verandering.

Filmpje met voorbeeld van het combineren dwangmatig opruimers en verzamelaars (BBC).
Meer weten of verder praten?
Thea Moen begeleidt vanuit haar bedrijf Resettled mensen van ca. 55- tot 80-plus bij het leren omgaan en leven met veranderingen die met ouder worden te maken hebben, zowel in beroeps- als privéleven. Ook als dat te maken heeft met (re-)organiseren van uw leven en uw leefomgeving.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *